Multiple Sclerose Centrum
Noord Nederland

Begrippenlijst

A

Astrocyten

Astrocyten zijn neuroglia cellen, net als oligodendrocyten en microglia. Ze vormen een scheiding tussen bloed en hersenen, ze dragen bij aan de energievoorziening van de zenuwcellen en spelen een belangrijke rol bij herstelprocessen in het centraal zenuwstelsel. Bij beschadigingen aan zenuwcellen vullen astrocyten de ontstane ruimte op en ontstaat er een litteken.

Autoimmuunziekte

Bij een autoimmuunziekte gaat het afweersysteem (zie ook immuunsysteem) lichaamseigen cellen en stoffen als lichaamsvreemd beoordelen. Er ontstaat dan een ongewenste reactie van het afweersysteem waarbij het afweersysteem het eigen lichaam aanvalt. In sommige gevallen zal deze reactie leiden tot een pathologische conditie en dat noemen we dan een auto-immuunziekte.

B

Biomarker

Een biomarker is een samenvoeging van biologische marker. Biomarkers kunnen specifiek en betrouwbaar worden gemeten in het bloed of de hersenvloeistof van de (MS) patiënt na een ruggenprik, waarbij de aanwezige biomarkers informatie geven over de vorm, activiteit en/of verloop van de ziekte.

C

 Centrale zenuwstelsel

Het centrale zenuwstelsel (CZS) omvat de hersenen en het ruggenmerg. Het is het deel van het zenuwstelsel dat een benig omhulsel heeft, nl. de schedel en de wervelkolom. Net als andere orgaanstelsels is het CZS opgebouwd uit cellen, om precies te zijn uit zenuwcellen en gliacellen. Alle zenuwen buiten het CZS behoren tot het perifere zenuwstelsel.

Cognitie

Cognitie betekent ‘het denkvermogen’. Cognitieve klachten zijn dan ook klachten die betrekking hebben op het denkvermogen, zoals problemen met het geheugen, met concentratie of met het verwerken van informatie.

D

Demyelinisatie

Demyelinisatie, letterlijk ‘ontmyelinisering’, betekent het verdwijnen van myeline om de zenuw. Zie ook Myeline.

E

Exacerbatie

Een exacerbatie is een korte periode met plotselinge klachten. Nieuwe MS-klachten kunnen daarin ontstaan en/of bestaande klachten kunnen sterk toenemen Wordt ook wel Schub (spreek uit: sjoep) genoemd.

G

Genexpressie

Genexpressie is het proces waarbij informatie in een gen ‘tot expressie komt’ doordat het gen afgelezen wordt en RNA en eiwitten worden gemaakt.
Het expressie-proces bestaat uit twee belangrijke stappen: transcriptie (het overschrijven van DNA in mRNA) en translatie (het vertalen van mRNA in eiwit). Een voorbeeld van genexpressie in het MS laboratorium onderzoek is het effect van een medicijn/ingreep op een bepaald type cel. Het genexpressie patroon kan dan voor en na de ingreep worden vergeleken, waardoor er inzicht ontstaat in ‘positieve’ en ‘negatieve’ genen die tot expressie komen.

Genotype

Het genotype slaat op de erfelijke informatie die is opgeslagen in het DNA onder de vorm van genen. Alle eigenschappen en kenmerken van een organisme worden in eerste instantie bepaald door het genotype. Het fenotype slaat op hoe de erfelijke informatie tot uiting komt en zichtbaar is.

Glia cellen

Glia cellen is de verzamelnaam van de niet-zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel: astrocyten, microglia en oligodendrocyten.

Grijze stof

Het centraal zenuwstelsel bestaat uit grijze stof en witte stof. De grijze stof bestaat uit de cellichamen van zenuwcellen en ziet er grijs uit wanneer je de hersenen doorsnijdt. De witte stof bevat de lange uitlopers (de axonen) van deze zenuwcellen. De uitlopers van de zenuwcellen zijn omwonden door speciale isolerende cellen die een witte substantie bestaande uit eiwitten en vetten bevatten. Deze witte substantie is myeline en hieraan ontleent de witte stof haar naam.

I

Immuunsysteem

Het immuunsysteem of afweersysteem is een verdedigingsysteem wat het lichaam beschermt tegen indringers van buitenaf en dit systeem bevindt zich door het hele lichaam.

iPS

iPS cellen (induced pluripotent stem cells) zijn cellen die volgens een bepaalde strikte procedure geherprogrammeerd zijn en daardoor vrijwel identiek zijn als embryonale stamcellen: ze kunnen delen zonder dat ze hun eigenschap verliezen en ze kunnen differentiëren tot ieder celtype. We spreken van MSiPS cellen wanner de originele cellen voor herprogrammering afkomstig zijn van mensen met MS.

L

Laesies

Multiple sclerose betekent veel (multiple) littekens (sclerose). Deze littekens of laesies zijn verharde plekken in het centrale zenuwstelsel die ontstaan zijn door een eerdere ontstekingsreactie en waar demyelinisatie heeft plaatsgevonden.

M

Microglia

Microglia zijn neuroglia cellen, net als astrocyten en oligodendrocyten. Ze bestrijden infecties, reageren op stoffen die beschadigingen kunnen veroorzaken en dragen bij om de schade te herstellen. Ze worden de immuuncellen van het centraal zenuwstelsel genoemd.

MicroRNA

MicroRNA is een kort stukje genetisch materiaal (RNA) dat andere genen activeert of juist remt. In het MS onderzoek kunnen de aanwezigheid van microRNA’s een aanwijzing zijn van de fase van MS. (zie ook biomarkers)

MRI-scan

Een neuroimaging techniek is de MRI-scan. Bij een MRI-scan (magnetic resonance imaging) wordt er met behulp van metingen met magneetvelden ‘in weefsel gekeken’. Op de plaatjes van het centrale zenuwstelsel die met de MRI worden gemaakt kunnen schade en ontstekingen zichtbaar zijn.

Myeline

Myeline is de vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel de zenuwvezels omhult. Myeline geeft de witte stof zijn witte kleur. Het zorgt ervoor dat de informatieoverdracht efficiënt en snel wordt doorgestuurd. Tevens is myeline essentieel voor het behoud van zenuwcellen. Het verlies van myeline rondom zenuwvezels wordt demyelinisatie genoemd. Door het verlies van myeline is de informatieoverdracht tussen zenuwcellen lokaal verstoord. Blijvend verlies van myeline leidt tot het afsterven van zenuwcellen. Heraanmaak van myeline wordt remyelinistatie genoemd

N

Neuroimaging

Neuroimaging technieken zijn technieken die worden gebruikt om de structuur of functie van hersengebieden in beeld te brengen. De hersenen zijn erg moeilijk toegankelijk voor onderzoek omdat ze zo goed door de schedel worden afgesloten. Diverse scantechnieken kunnen er toch doorheen kijken en op die manier hersenaandoeningen vaststellen. Voorbeelden zijn: een PET-scan (Positron Emissie Tomografie) en een MRI-scan (magnetic resonance imaging).

O

Oligodendrocyten

Oligodendrocyten (letterlijk: cel met enkele uitlopers of vertakkingen) zijn neuroglia cellen, net als astrocyten en microglia.  Oligodendrocyten zijn de cellen in het centraal zenuwstelsel die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van myeline. Ze sturen de myeline naar hun uitlopers die zich vervolgens om de uitlopers van de zenuwen wikkelen en zo de myeline schede vormen.

P

PET-scan

Een neuroimaging techniek is de PET-scan. Een PET-scan (Positron Emissie Tomografie) maakt kleurige afbeeldingen van hersenactiviteit na het inspuiten van kleine hoeveelheden radioactieve markeerstoffen. Welke weefsels ‘oplichten’ in de scan is afhankelijk van de gebruikte contrastvloeistof. Dit kan een markeerstof voor bijvoorbeeld myeline zijn.

Post mortem

Post Mortem betekent ‘na de dood’. Voor wetenschappelijk onderzoek in het algemeen is het bestuderen van post mortem weefsel erg belangrijk. In het geval van MS is het zeer waardevol om hersenweefsel van mensen met MS te onderzoeken en donatie van dit weefsel kan het onderzoek naar de verschillende facetten van de ziekte verder helpen. Voor meer informatie over donatie verwijzen wij u naar de Nederlandse Hersenbank.

Primair Progressieve Multiple Sclerose

Primair Progressieve Multiple Sclerose (PPMS), Relapsing Remitting Multiple Sclerose (RRMS) en Secundair Progressieve Multiple Sclerose (SPMS) zijn allemaal vormen van Multiple Sclerose. Primair progressieve MS (PPMS) is de minst voorkomende vorm van MS, waarin vanaf het begin van de ziekte verslechtering optreedt.

R

Relapsing Remitting Multiple Sclerose

Relapsing Remitting Multiple Sclerose, Primair Progressieve Multiple Sclerose (PPMS), (RRMS) en Secundair Progressieve Multiple Sclerose (SPMS) zijn allemaal vormen van Multiple Sclerose. Relapsing Remitting Multiple Sclerose (RRMS) is de vorm van MS waarbij perioden met klachten worden afgewisseld door perioden van geheel of gedeeltelijk herstel. De meeste mensen met MS (ongeveer 85%) hebben aanvankelijk relapsing-remitting MS. RRMS kan op den duur overgaan in secundair progressieve MS.

 

Remissie

Remissie is een periode van afname van klachten en/of herstel bij de relapsing remitting vorm van MS.

Remyelinisatie

Remyelinisatie of hermyelinisering is het (gedeeltelijk) herstel van een myelineschede om een zenuw waarvan de myelineschede eerder verdwenen of aangetast is. Zie ook myeline en oligodendrocyten.

Ruggenprik

Met een ruggenprik of lumbaal punctie wordt een klein beetje hersenvocht (of liquor) afgenomen, waarna het in het laboratorium verder wordt onderzocht om daarna een uitspraak te kunnen doen over de diagnose MS.

S

Schub

Een schub (spreek uit: sjoep) is een korte periode met plotselinge klachten. Nieuwe MS-klachten kunnen daarin ontstaan en/of bestaande klachten kunnen sterk toenemen wordt ook wel exacerbatie genoemd.

Secundair Progressieve MS

Secundair Progressieve MS (SPMS) is een vorm van MS waarbij na een verslechtering geen of onvoldoende herstel meer plaatsvindt en er zelfs een geleidelijke achteruitgang te zien is.

 

W

Witte stof

Het centraal zenuwstelsel bestaat uit witte stof en grijze stof. De grijze stof bestaat uit de cellichamen van zenuwcellen. De witte stof bevat de lange uitlopers (de axonen) van deze zenuwcellen. De uitlopers van de zenuwcellen zijn omwonden door speciale isolerende cellen die een witte substantie bestaande uit eiwitten en vetten bevatten. Deze witte substantie is myeline en hieraan ontleent de witte stof haar naam.